Beschikking - besluit - richtlijn
Source: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=LEGISSUM:l14526&from=ES https://eur-lex.europa.eu/legal-content/DE/TXT/HTML/?uri=LEGISSUM:l14526&from=ES etc.
De beschikking
De beschikking is een rechtsinstrument dat ten dienste staat van de Europese instellingen voor de tenuitvoerlegging van het communautair beleid. De beschikking wordt bijvoorbeeld door de Commissie gebruikt, in het kader van het concurrentiebeleid, om bedrijven te sanctioneren die een kartel hebben gevormd of misbruik hebben gemaakt van een dominante positie (misbruik van monopoliepositie). De beschikking is een bindend besluit met individuele strekking, zoals bepaald in artikel 249 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap (EG-verdrag). Zij is dus een dwingende maatregel voor een welbepaalde groep, te weten een of meer particulieren (individuen en bedrijven) of een of meer lidstaten. Naast de beschikkingen van artikel 249 bestaan er beschikkingen zonder adressaten en derdepijlerbeschikkingen (politiële en justitiële samenwerking in strafzaken). In de Grondwet is een nieuwe typologie van rechtshandelingen geïntroduceerd waartoe de "Europese beschikking" behoort. De Europese beschikking met individuele strekking komt overeen met de beschikking van artikel 249. De Europese beschikking met algemene strekking wordt het basisinstrument van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid.
HANDELING
De beschikking is een normatieve handeling met individuele strekking. Evenals de verordening en de richtlijn is zij een van de handelingen die beschreven worden in de nomenclatuur van artikel 249 van het EG-Verdrag.
Een beschikking is bindend in al haar onderdelen en heeft een individuele strekking.
Ingevolge artikel 249 van het EG-Verdrag is de beschikking bindend. Dat betekent dat een beschikking bindend is voor degenen tot wie zij is gericht (lidstaten of particulieren) in al haar onderdelen; zij kan derhalve niet op onvolledige, selectieve of gedeeltelijke wijze worden toegepast.
Beschikkingen verschillen op bepaalde punten van richtlijnen en verordeningen.
in tegenstelling tot een richtlijn, worden in beschikkingen de middelen opgelegd om het beoogde resultaat te bereiken. Dat betekent dat een beschikking niet eerst in nationaal recht hoeft te worden omgezet en rechten en verplichtingen voor particulieren met zich meebrengt, onafhankelijk van een nationale uitvoeringsmaatregel; in tegenstelling tot een verordening, die een algemene strekking heeft, heeft een beschikking een individuele strekking. Het onderscheid is soms moeilijk te zien, wanneer een verordening gericht is tot een beperkte groep adressaten, of in het omgekeerde geval, wanneer een beschikking een breed toepassingsgebied heeft. Om het onderscheid tussen beide te maken, heeft het Europese Hof van Justitie (EHvJ) bepaald dat niet het aantal personen tot wie zij gericht is van belang is, maar het algemene karakter van de tekst. Met andere woorden, een tekst die een abstracte en onpersoonlijke inhoud heeft, moet als verordening en niet als beschikking bestempeld worden. Om in werking te kunnen treden moet de beschikking aan de betrokkene kenbaar worden gemaakt. Deze procedure bestaat in principe uit de toezending van een aangetekende brief met bewijs van ontvangst. Een beschikking kan ook in het Publicatieblad bekend worden gemaakt, maar dat betekent niet dat de kennisgeving aan de betrokkene niet meer nodig is, omdat dat voor de adressaat de enige mogelijkheid is om zich tegen het besluit te verweren.
Beschikkingen zonder adressaten en derdepijlerbeschikkingen
Naast de beschikkingen van artikel 249 van het EG-Verdrag bestaan er nog twee andere soorten beschikkingen: beschikkingen zonder adressaten en derdepijlerbeschikkingen.
Beschikkingen zonder adressaten (Beschlüsse/besluiten) zijn atypische, op grond van de verdragen goedgekeurde rechtshandelingen, zoals de beschikkingen die in het kader van de flexibiliteitsclausule (artikel 308 van het EG-Verdrag) door de Raad worden vastgesteld. Zij onderscheiden zich van de beschikkingen van artikel 249 (Entscheidungen/beschikkingen) die een identificeerbare adressaat hebben.
De in artikel 34 van het verdrag tot oprichting van de Europese Unie (EU-verdrag) bedoelde derdepijlerbeschikkingen zijn beschikkingen met of zonder adressaten. Zij hebben een ruim toepassingsgebied omdat zij gebruikt kunnen worden voor ieder doel conform de doelstellingen van titel VI (politiële en justitiële samenwerking in strafzaken), behalve voor de onderlinge aanpassing van de nationale rechtsregels. In de praktijk lijken derdepijlerbeschikkingen op de communautaire verordeningen, met dat verschil, dat zij niet door particulieren ingeroepen kunnen worden.
De beschikking en de Grondwet
Het constitutioneel verdrag behoudt beschikkingen maar verandert hun benaming. Zij worden voortaan "Europese beschikkingen" genoemd. Fundamenteel zijn ze niet verschillend van de beschikkingen van artikel 249: het zijn bindende handelingen, direct toepasbaar en van individuele strekking. In het constitutioneel verdrag wordt duidelijk uiteengezet dat de beschikking een niet-wetgevingshandeling is (artikel I-33.1 en I-35.1). Dit betekent dat de bevoegdheid om dergelijke handelingen goed te keuren in principe bij de Commissie ligt (artikel I-37) en niet bij de wetgever, d.w.z. de Raad en het Parlement tezamen (artikel I-35).
In het constitutioneel verdrag worden derdepijlerbeschikkingen afgeschaft. Aangezien de politiële en justitiële samenwerking in strafzaken tot het gemeenschapsrecht behoort, worden zij onderworpen aan de door het verdrag vastgestelde algemene instrumenten (Europese wetten en kaderwetten).
Het constitutioneel verdrag voorziet in het gebruik van de Europese beschikkingen op het gebied van het gemeenschappelijk buitenlands- en veiligheidsbeleid (GBVB) (artikel I-40.3) en het Europees veiligheids- en defensiebeleid (EVDB) (artikel I-40.3). Beschikkingen zijn overigens de basisinstrumenten van het GBVB, omdat Europese wetten en kaderwetten uitgesloten zijn (artikel I-40.6). In tegenstelling tot Europese beschikkingen met individuele strekking kunnen Europese beschikkingen in het kader van het GBVB door de Raad en de Europese Raad goedgekeurd worden.